Samen houden we de parken schoon

Delen
  • Zuid-Holland
  • Gepubliceerd op 04 juni 2021

Schonere parken en recreatiegebieden, hoe pak je dat aan? Boswachter Maarten Laming van het Zuid-Hollands Landschap vertelt over zijn aanpak. Lees ook het nieuwe kennisdocument Schonere parken & recreatiegebieden hierover van Nederland Schoon!

Maarten Laming heeft een bijzonder fraaie werkomgeving: de historische landgoederen en parken in de Bollen- en Rijnstreek vallen onder zijn beheer. Plekken als Huys te Warmont trekken veel bezoekers aan, en daarmee komt er ook zwerfafval in de natuur. “Het meeste zwerfafval ontstaat onbewust”, zegt Maarten. “Mensen halen bijvoorbeeld iets uit hun jas- of broekzak waardoor per ongeluk een snoeppapiertje op de grond valt. Daarnaast hangen er wel eens jongeren op bepaalde plekken in het bos om een feestje te bouwen. Die laten vaak lege chipszakken, flessen en drugszakjes achter. Als we dat zien, spreken we ze er altijd op aan. Maar het gebeurt vaak ’s avonds of ’s nachts.” Eén fenomeen vindt Maarten onverklaarbaar: “Hondeneigenaren die eerst netjes de poep van hun hond in een plastic zakje doen, maar vervolgens dat zakje de struiken in slingeren. Daar kan ik met mijn verstand niet bij.”

Minder afvalbakken

Sinds een aantal jaren is het aantal afvalbakken in de parken flink verminderd. Maarten: “Dat hebben we bewust gedaan. Ten eerste kost het onze organisatie – het Zuid-Hollands Landschap – veel geld om de afvalbakken te reinigen. Maar er zit ook de gedachte achter dat bezoekers ons niet horen op te zadelen met hun afval. Ze zijn te gast in onze parken; alles wat ze hiermee naartoe nemen, moeten ze ook weer mee naar huis nemen. Die bewustwording begint steeds meer te komen.”

Praktische maatregelen

Een andere maatregel die Maarten en zijn collega’s hebben genomen, is hangplekken in de bossen met wat snoeiwerk zichtbaarder maken. “Als je je bekeken voelt, gedraag je je beter. Dat zagen we ook bij de parkeerplaats van Huys te Warmont. Die lag eerst verscholen achter een hoge heg. Daardoor werd er wel eens rotzooi getrapt. Dat was voorbij toen we de heg hadden gesnoeid en de parkeerplaats zichtbaar was vanaf de openbare weg.” Net zo praktisch bleek het verruimen van de openingstijden van gemeentelijke afvalwerven. “Vroeger werden grofvuil en bouwafval regelmatig in onze gebieden gedumpt, omdat mensen het niet kwijt konden. Nu zien we het bijna nooit meer.”

Hulp met opruimen

Over het algemeen valt het erg mee met de hoeveelheid zwerfafval in ‘zijn’ parken, vindt Maarten. “Ik krijg gelukkig hulp van verschillende groepen mensen die twee keer per week afval oprapen in een deel van de parken. Deze mensen wonen in instellingen in de buurt, omdat ze een mentale beperking hebben. Als dagbesteding helpen zij onder meer de landgoederen schoon te houden. Dat is heel fijn!” Hij ziet ook regelmatig individuele wandelaars met een vuilniszak op pad gaan en afval oprapen. “Mensen doen dat gewoon uit zichzelf. Daar zouden we als natuurorganisatie nog wat beter op kunnen inspelen. Bijvoorbeeld door mensen te vragen om een bepaald stukje bos of berm te ‘adopteren’ en schoon te houden.”

Zelf organiseert hij regelmatig opruimacties. “We krijgen hier wel eens mensen die aan geocaching doen. Daarbij ga je met je telefoon of gps-ontvanger op jacht naar een ‘schat’ die verborgen ligt in de natuur. Met onze cache-trash-actie vragen we ze om tijdens het zoeken ook afval te rapen. Daar stellen we dan handschoenen, grijpers en vuilniszakken voor beschikbaar. Ook met scholen in de buurt hebben we – vóór corona dan – opruimacties gedaan. We moeten het met elkaar samen schoonhouden.”